Composed with financial support of the Fonds voor de Scheppende Toonkunst.
Chicharras
Text: Bert Schierbeek
o ezeltje
eenzaam met jou
hangend op dit pad
aan de bergen en boven
het nooit aflatend ravijn
bezing ik je zachte hoeven
feilloze speurders tussen
rond en scherp en glad
jouw oren
zachtgevoerde engelen
horen de stemmen van steen
jouw ogen
trieste schrandere
bekers zijn er vol van
jouw koppige kop vol radar
rukt aan je eeuwig dragende
rug belast met palen
telefoonpalen praatpalen
voor de stemmen van alle
mannen en vrouwen
de kinderen die het land gaan vullen
zingende krekels in de draden
de zang van blijdschap droefheid
rouw dood feest haat en onverstand
een schreeuw
een klacht
door draden verbonden
o ezeltje
eenzaam met jou
op dit pad hangend
aan de bergen en boven
het nooit aflatend ravijn
bezing ik je zachte hoeven
mannen:
de handen van de mannen
rapen de stenen van het land
met de handen maken de mannen
met de stenen de muren de
mannen ommuren het land
zwart de dorst op hun tong
zwart de kleur van hun bloed
gloeit de zon na in het zweet
van hun ruggen
de rode aarde
de donkere wijn
zwart de dorst op hun tong
gebarsten de stem in
hun kelen
dromen:
dromen vaders van zonen
en zonen van moeders en
moeders van zonen en
dochters van vaders
en zonen van andere
vaders en moeders en
zonen en dochters zijn
dromen van vaders en
moeders en dochters
en zonen en meisjes en
jongens belast met dromen
in de velden
geel van het graan
liggen de schijven
te wachten rond
als de zon
op de tred
van de ezel
die gaat dorsen
het graan
op de ronde
schijven rond
als de zon
de berg mijn echo
zwaar in mijn benen
chicharra
de zon brandt
zijn spoor
in mijn rug
chicharra
de kleur van het land
vreet het licht
van mijn ogen
chicharra
ravijnen
snijden de pijnen
diep in mijn lijf
chicharra
erosie
gespleten morenen
in mijn roestige handen
chicharra
water
de vis
van mijn dromen
chicharra
wortel mijn huis
de kiezel
de korrel
mijn hart
chicharra
in het zachte oor van de ezel
valt de avond
in de muren de rest van
de zon
valt uit mannen vrouwen
en kinderen de schaduw
langer en langer
binnen de muren de rest
van de zon
in het zachte oor van de ezel
fladdert de vleermuis
en hangt zich stil
aan de goot van de
nacht
Chicharras
Traducción: Roser Misiego, Carlos Michans
borrico mío,
o solos contigo
en este sendero,
suspendido entre la montaño y sobre
el barranco sin fondo,
le canto a tus cascos gentiles,
sabuesos infalibles entre
redondo, afilodo y liso.
tus orejas
ángeles forradas de seda
escuchan las voces de piedra
tus ojos
sagaces melancólicos
cálices llenos a rebosar
tu porfiada cabeza de radar
tira de tu espalda eternamente cargada
cargada de postes
postes de teléfono, postes parlan tes
para las voces de todos
los hombres y mujeres los
niños que lIenarán la tierra
chicharras cantando en los hilos
un canto de alegría, de tristeza,
duelo, muerte, fiesto, odio e incomprensión
un grito
un lamento
unidos por hilos.
borrico mío
a solas contigo
en este sendero colgado
de la montaña y sobre
el barranco sin fin
entono un canto a tus cascos gentiles.
hombres:
los manos de los hombres
recogen los piedras de la tierra,
con las manos los hombres hacen
con las piedras los muros, los
hombres amurallan la tierra
negra es la sed en sus lenguas
negro el color de su sangre
el sol quema en el sudor
de sus espaldas
roja la tierra
oscuro el vino
negra la sed
la voz agrietada
en sus gargantas.
sueños :
sueñan hijos los padres
y madres los hijos e
hijos las madras y
padres las hijas
e hijos de otros
padres y madres e
hijos e hijas son
sueños de padres y
madres e hijas
e hijos y niñas y
niños cargados de sueños.
en los campos
amarillos de grano
esperan los discos
redondos
como el sol
el poso
del borrico
que trillará
el grano
en los discos
redondos
redondos
como el sol.
en el montaña mi eco
pesa en mis piernas
chicharra
el sol quema
su huella
en mi espalda
chicharra
el color de la tierra
devora la luz
de mis ojos
chicharra
como un barranco tan
hondo
penetra el dolor
profundo en mi cuerpo
chicharra
erosión
piedras agrietadas
en mis desgastadas manos
chicharra
agua
el pez
de mis sueños
chicharra
raiz mi casa
guijarro y
mies
mi corazón.
chicharra
en la oreja suave del borrico
cae la tarde
en las muros las ultimos rayos
del sol
cae de hombres, mujeres
y niños la sombra
más larga más larga.
en los muros los ultimos rayos
del sol
en la oreja suave del borrico
revolotea el murciélago
y se cuelga quieto
del tejado de
la noche.