Collage resonance II (1963) for radiophonic soundtracks

This work, commissioned by the Dutch NCRV television network, is an attempt to integrate two means of expression – music and poetry – electronically. This did not entail mutual illustration or annexation; rather, the goal was to blend them as organically as possible. The distance between idea and material has been minimized; the theme chosen by Bruynèl and Kouwenaar runs parallel to the design: the idea and the work are one and the same.

The work is subdivided into four arches:
1. the word (which is abstract) in its relation to sound;
2. the name (a powerless projection of matter) in its relation to the object;
3. matter, which is concrete;
4. the voice, human intermediary between the abstract and the concrete: essentially, the human himself.

The sound sources, chosen as the richest source of inspiration, included words created and spoken specifically for this purpose and suited for electronic processing to create a musical language, which opened up the possibility of composer and poet each combining the other’s means of expression. The poetry and music in this collage often literally emanated from one another, even in places where they remained separate and unmixed: words reduced electro-acoustically to their acoustic skeleton, modulated and composed in a direction from which texts sprang anew.

(from the liner notes to the LP Collage resonance, ca. 1966, EFC 2501)

Collage resonance II

Text: Gerrit Kouwenaar

1

woorden bestaan niet
hoor maar

de namen zijn kaal
kakelend
ontdaan van lichaam

takschurft
takslang
taalschat
taaltak

ingeblikt water
likkend getreuzel
ha-geroep

kanon
knikkert
ritselt
ronkt
stilte

wit geteerd


geluid bikt stenen
stilte hikt

dingen
dingen stinkend of denkend
denken
dingend naar lichaam

gedachten van staal adem, desnoods
eetbaar als ei


ik aai langzaam het uitgewande jarenlang vrolijke dodelijke zijn
jassen van water lijven van aarde dingen zwanger van namen


in het oor hokt de blinde
mokt de onthande vinger

in het oor huivert de letter
doofstom van geluid
en knettert

en knettert
zoals vuur knettert
zijn as insluit
zijn aanstaande dood beluistert


al wie nu luistert:
heeft u de oren gespitst - is luisteren
lucht zuigen uit lucht?
denk aan de grond, aan het vlees, aan uw lijf
binnenin

er is altijd een grens waar Uw huid
bijna al buiten is

er is altijd een grens waar geluid
haast ophoudt omdat het er is


2

er is een wolk die rinkelt
een schaduw die zingt
reclame makend nachtlicht
voor handenvol vingers

het oor zegt voor, dit is
dit is genaamd, dit is
vreselijke blijdschap
dit is genaamd
horen
dit hoort en dit is


achter de namen het licht
van de lampen, het oog
van het kijken:
het lichaam
het eten

as, bloedplasma, zaad

de eizachte kogel die doodmaakt
de piepjonge as van de vader

de stof
de schildpad
de sprinkhaan


dit is de dood die bestaat
dit is het lichaam
dit is het geluid van aaien
dit is het doofstomme antwoord

3

luistert u nog?
is uw naam al dood?
voelt uw hand
weer uw hand?
krast het geluid op uw vlees?


is het vlees
is de grond
sterft de naam
wordt het oor


oh grote zelfstandigheid
waaruit iets anders
door vormgeving omzetting
toevoeging
vervaardigd is
of wordt
of ontstaat

oh massa van zeer kleine
droge deeltjes
gewoonlijk van verschillende
oorsprong
die gemakkelijk door de lucht-
stroom worden meegevoerd


stof is dodelijk
dadelijk
onzijdig
vaderlijk

(het niets is de ruimte
de stof maakt de ruimte
het niets maakt de ruimte
het maken is naamloos
het maken is duurzaam)

stof is sterfelijk
onmenselijk
duurzaam
onschuldig
gevaarlijk
tastbaar
stoffelijk

vloeibaar als stofgoud
kostbaar als stofzaad

de namen ploegen als vissen door stofmeel
de taal slaat dicht als de stofwolk neerslaat

4

tussen het woord en het ding
tussen het vlees en het steen
tussen het oog en het oor

dit wat u hoort maar niet hoort
maar dat is

dat de tijd omhelst en vermoordt
dat sprakeloos is want dat spreekt

dat sterft omdat het bestaat
dat is tussen stof en taal

het lichaam van het geluid
het levende lijk van het woord


blijft de stem
spreekt de stem
zingt de stem
is de stem


stem
verschrikt buiswater
kruip uit het blik
wissel oogwenken
wikkel je ronkende mokkende band af

stem
masker van taal
je bent machtig, wij voorzien
veel nacht

stem, zo eindig
dat de tijd aarzelt
stem, zo tijdelijk
dat de tijd doldraait

het graf is gemaakt
de aarde ontstaat


gebeurd is
gedicht is, het ding
klinkend, gemaakt
makend als de mond
die zingt

taalstam kraakte
namen: doodarme bladeren
woorden: het hout
is sappig, versplintert

vruchtbaar water
stollend vuur, wind

hand voelt grond
zacht, haard
oorzakelijk


luisteren
dit is niet hoorbaar
dit is bestaande –

 

close window